‘Abortus hoort geen gunst te zijn, maar gewoon een recht’

Deze maand stemde het Europees Parlement vóór opname van abortus als fundamenteel recht in het EU-handvest. Nog lang geen bindend recht, maar wel een krachtig signaal. Een signaal dat we in Nederland serieus moeten nemen. Want hoewel we onszelf graag zien als een progressief gidsland, is abortus hier helemaal geen recht. Sterker nog: het is strafbaar.

Als ik vertel dat ik me inzet voor betere abortusrechten in Nederland, zie ik vaak verbazing. Alsof ik me druk maak om iets wat allang geregeld is. Maar artikel 296 van het Wetboek van Strafrecht stelt abortus strafbaar met een celstraf tot vier jaar en zes maanden. Alleen als wordt voldaan aan de voorwaarden in de Wet afbreking zwangerschap uit 1984, zoals een kliniek met een speciale vergunning en een ‘noodsituatie’, blijft vervolging uit. Laat je niets wijsmaken: deze restricties waren niet bedoeld om vrouwen te beschermen tegen ‘charlatans’, maar om hen te begrenzen. Die wet was geen overwinning, maar een compromis. Toenmalig premier Van Agt stelde de gemoederen gerust: de wet bevatte “zoveel beperkingen” dat van volledige legalisering “geen sprake” was.

De term ‘noodsituatie’, klinkt vaag, maar zegt alles. Naar de letter van de wet is abortus alleen toegestaan als het écht niet anders kan. Niet omdat een vrouw daar zelf voor kiest, maar omdat haar situatie als ‘onontkoombaar’ wordt erkend. Het suggereert dat abortus geen gewone medische zorg is, maar iets wat slechts bij uitzondering mag. Een gunst, geen recht.

Dat wantrouwen sijpelt ook door in andere onderdelen van de wet, zoals de bedenktijd. De verplichte vijf dagen zijn inmiddels afgeschaft, maar er is een ‘flexibele’ variant voor teruggekomen. Samen met de arts wordt bepaald hoeveel dagen een vrouw nodig heeft om na te denken. Alsof ze dat niet allang had gedaan vóór ze de afspraak maakte. Alsof haar beslissing niet legitiem is, tenzij gevalideerd door een ander.

Deze restricties zijn verre van onschuldig. Ik spreek regelmatig vrouwen die zich schamen voor hun abortus of er met niemand over durven te praten. Niet vanwege de ingreep zelf, maar vanwege het hardnekkige stigma. Gevoed door wetten en politiek die abortus blijven framen als ‘moeilijk’ en ‘beladen’. Zo lijkt het alsof abortus controversieel is.

Dat sijpelt door in de samenleving. Toen influencer Nina Pierson haar ervaring deelde op Instagram, kreeg ze een golf van onbegrip en verrassend veel paternalistische reacties. We zijn zo gewend geraakt aan het idee dat abortus zwaar en alleen in uiterste nood mag, dat het bijna provocerend is als een vrouw er doordacht over spreekt.

Die combinatie van politieke voorzichtigheid en collectieve zelfgenoegzaamheid maakt ons kwetsbaar. Nederland eindigde dit jaar op plek 43 van de Global Gender Gap Index en heeft het hoogste femicidecijfer van Europa. Abortus wordt intussen al decennialang gebruikt als politiek wisselgeld. Partijen als de BBB dienden recent moties in die niets met daadwerkelijke zorg te maken hebben, maar alles met het bedienen van een bepaalde achterban. Zieltjes winnen over de rug van vrouwen.

Toch is er ook hoop. Historica Mary Fissell laat zien dat abortus eeuwenlang werd getolereerd, vaak zonder morele ophef. Beperkingen kwamen pas in tijden van crisis, wanneer vrouwen als té zelfstandig werden gezien. Zodra we erkennen dat onze wetgeving vrouwen niet beschermt, maar begrenst, kunnen we het anders doen. Abortus hoort namelijk geen gunst te zijn. Geen speelbal. Geen uitzondering. Maar gewoon een recht.

Verscheen eerst als column op LINDA. online op 31 juli 2025